Conclusies na 50 keer WHOA:

De WHOA is geen noodknop voor het laatste moment

Inleiding

Veel ondernemingen komen niet in de problemen omdat hun bedrijf geen toekomst heeft, maar omdat de schuldenlast te zwaar is geworden. De omzet trekt aan, klanten blijven, de operatie draait, maar oude schulden, belastingachterstanden of financieringslasten drukken te zwaar op de kasstroom.

In zo’n situatie kan een schuldenakkoord nodig zijn: schuldeisers nemen genoegen met een gedeeltelijke betaling, zodat de onderneming weer verder kan. Sinds 2021 bestaat daarvoor een wettelijk instrument: de WHOA, de Wet homologatie onderhands akkoord.

De WHOA maakt het mogelijk om een akkoord met schuldeisers door de rechtbank te laten goedkeuren. Ook schuldeisers die niet instemmen, kunnen dan onder voorwaarden aan het akkoord worden gebonden. Daarmee kan de WHOA een krachtig middel zijn om een faillissement te voorkomen en een levensvatbare onderneming te saneren.

Maar de WHOA is geen eenvoudige route en zeker geen noodknop voor het laatste moment.

De wet bestaat inmiddels enkele jaren en is, zoals bij invoering afgesproken, geëvalueerd. Naar aanleiding daarvan heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid de praktijk via een internetconsultatie gevraagd hoe de WHOA beter kan functioneren. Eén van de vragen daarbij: hoe kan de bruikbaarheid van de WHOA worden verbeterd voor ondernemingen waarvoor kosten, voorbereiding en financiering zwaar wegen?

Kruger heeft op deze consultatie gereageerd vanuit haar ervaring in de bedrijfseconomische herstructureringspraktijk. Wij kijken daarbij niet vanaf de zijlijn mee. Sinds de invoering van de WHOA zijn wij betrokken geweest bij 47 WHOA-gerelateerde trajecten, waaronder 18 volledige WHOA-trajecten, 15 verkenningen, 6 trajecten ter ondersteuning van financiers of schuldeisers, 6 waarderingen van reorganisatiewaarde en 2 liquidatie-WHOA’s. Die ervaring komt bovenop bijna 40 jaar advisering aan ondernemingen in continuïteitsbedreigende situaties.

Onze belangrijkste les: de WHOA werkt alleen als er op tijd wordt begonnen en de bedrijfseconomische basis op orde is

Een schuldenakkoord vraagt nu eenmaal om zorgvuldigheid. Schuldeisers moeten kunnen beoordelen of de onderneming na sanering levensvatbaar is, of de prognose realistisch is, welke maatregelen nodig zijn om de kasstroom te herstellen en of een akkoord beter is dan het alternatief. Minder informatie of een lichtere toets maakt een akkoord niet sterker. Integendeel: het vergroot het risico op onvoldoende draagvlak, vertraging of een oplossing die slechts tijdelijk lucht geeft.

In de praktijk ontstaan de grootste knelpunten vaak al vóór de procedure. De financiële administratie is niet actueel, prognoses zijn onvoldoende onderbouwd, financiering is onzeker of belangrijke stakeholders zijn nog niet tijdig meegenomen. Dan wordt een WHOA-traject vanzelf duur, complex en kwetsbaar.

De echte verbetering zit daarom aan de voorkant. In eerdere signalering. In betere voorbereiding. In een scherpe eerste toets of een WHOA überhaupt passend is. En in tijdig overleg met financiers, Belastingdienst en andere belangrijke schuldeisers.

Voor het middenbedrijf moet de WHOA dus niet simpeler worden gemaakt, maar eerder en beter worden ingezet. Dat beperkt de kosten, vergroot het draagvlak en verhoogt de kans dat de onderneming na het akkoord daadwerkelijk verder kan.

De WHOA kan levensvatbare ondernemingen helpen om door zwaar weer heen te komen. Maar wie pas begint als de liquiditeit op is, begint meestal te laat.