Onenigheid in de familie - de minderheidscertificaathouder

Pim Bosman

 

Periodiek worden wij gevraagd te bemiddelen bij, respectievelijk een oplossing te zoeken voor, een hoog opgelopen dispuut tussen de belanghebbenden binnen een familiebedrijf.

Aanleiding voor het geschil blijkt nog al eens zijn oorsprong te vinden in de verschillende posities die de diverse familieleden innemen als certificaathouders van het familiebedrijf.

Bijvoorbeeld na het overlijden van de pater familias. De aandelen zijn dan veelal ondergebracht in een Stichting Administratiekantoor (STAK). Regelmatig resulteert dit in de creatie van een of meer minderheidscertificaathouders (familieleden). Wanneer zij de door hen gehouden certificaten van aandelen aan de overige certificaathouder(s) willen aanbieden, maar deze daar keer op keer niet op ingaan, ontstaat er een patstelling. De certificaten zijn namelijk vaak ook niet buiten de familiekring te gelde te maken/verkoopbaar.

De minderheidscertificaathouder is voor het verkrijgen van enig rendement dan volstrekt aangewezen op het dividendbeleid van de onderneming. Wanneer het gevoerde dividendbeleid van de onderneming er vervolgens op neerkomt dat er feitelijk geen dividend wordt uitgekeerd, zijn alle ingrediënten voor een stevige discussie binnen de familie voorhanden.

De minderheidscertificaathouder zit gevangen tussen aan de ene kant de weigering om hem/haar tegen een aannemelijk bod uit te kopen en aan de andere kant het niet meewerken door de overige certificaathouders aan het vaststellen en uitvoeren van een realistisch dividendbeleid.

Een oplossing creëren door een uitspraak van de rechter blijkt in de praktijk ook niet eenvoudig.

De universele opvatting in de rechtspraak is dat een vennootschap bij het voeren van haar dividendbeleid niet alleen rekening moet houden met haar eigen belang maar ook met het belang van alle betrokkenen, waaronder haar certificaathouders. Maar de rechter is veelal van oordeel dat het niet aan hem/haar is om het dividendbeleid van een onderneming vast te stellen.

De Ondernemingskamer op haar beurt stelt zich, kort samengevat, op het standpunt dat aandeel-houders c.q. certificaathouders in beginsel recht hebben op uitkering van de winst. Indien en voor zover het vennootschappelijk belang dit vereist staat het de vennootschap vrij om de winst toe te voegen aan haar reserves. Deze marsroute leidt vaak tot discussies die veel weg hebben van de welbekende, moeilijk te ontwarren Gordiaanse knopen.

Dit alles laat onverlet dat de certificaathouder een legitiem rendementsbelang heeft, dat moet worden meegenomen/meegewogen bij de vaststelling door de vennootschap van haar dividendbeleid.      

Op basis van bovenstaande overwegingen kiezen wij in een voorkomend geval dan ook vaak voor een mediationtraject, dat in de meeste gevallen leidt tot een door partijen gerespecteerde oplossing.

nieuwsbrief