Belastingschuld Nederlands bedrijfsleven

Guido Naafs

 

Door de coronacrisis zijn er veel bedrijven met te veel schuld aan banken, leasemaatschappijen, de Belastingdienst, leveranciers, vastgoedeigenaren en andere schuldeisers. Door de aanhoudende crisis verslechteren de balansen van bedrijven steeds verder. De vraag is hoe deze bedrijven in de post-coronaperiode kunnen overleven?

Een belangrijke partij is de Belastingdienst, die al sinds het uitbreken van de crisis halverwege maart 2020 (zeer) ruime regelingen heeft getroffen voor bijzonder uitstel van belastingbetaling. Dit bijzonder uitstel is momenteel verlengd tot en met 30 juni 2021. De opgebouwde belastingschuld dient, volgens het laatste bericht van de Belastingdienst, in maximaal 36 maandelijkse termijnen worden terugbetaald, van 1 oktober 2021 tot 1 oktober 2024. Voor veel bedrijven is de opgebouwde belastingschuld te hoog om in 36 termijnen af te kunnen lossen.

Volgens de resultaten van de 7e Kruger enquête 'Impact corona', gehouden in de week van 17 maart 2021, verwacht een op de drie bedrijven niet in staat te zijn om de belastingschuld in 36 maanden terug te betalen. Het aandeel van de ondernemingen die gebruikmaken van het belastinguitstel - en de voorgestelde aflossingstermijnen (minimaal) nodig hebben - groeit gestaag. Zie voor de volledige enquête: Kruger enquête Impact corona.

Hoe groot is de totale belastingschuld van het Nederlandse bedrijfsleven? Op basis van de laatst beschikbare informatie van het CBS (18 januari 2021) zijn er in totaal 182.430 bedrijven met uitgestelde belastingen met een totale uitstaande schuld van €12,6 miljard. Zie ook onderstaande tabel. Inmiddels, drie maanden later, is deze schuld verder opgelopen. Stichting ONL voor Ondernemers spreekt eind maart zelfs van €20 miljard aan uitgestelde belastingen.  

 

Guido Afbeelding Bij Artikel (1)

 

In de media komt daarom steeds vaker de vraag naar voren hoe de Belastingdienst met deze schuld om moet gaan. De meningen, gedachten en adviezen lopen hierin sterk uiteen. Mede afhankelijk van welke belangenorganisatie, branchevereniging of sectororganisatie aan het woord is.

Zo pleitte de voorzitter van VNO-NCW Noord, Sieger Dijkstra, in een landelijk overleg eind maart dat de steunmaatregelen tot eind 2021 voortgezet moeten worden en afbetaling van belastingschulden over een periode van 10 jaar mogelijk moet zijn. Daarnaast vond hij het een goed idee, in lijn met recente uitlatingen van directeur Klaas Knot van De Nederlandsche Bank in het FD, om in bepaalde gevallen de belastingschuld kwijt te schelden.

De Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) komt ook met diverse aanbevelingen in een 'open brief voor mkb-ondernemingen in zwaar weer', waaronder het aflossen van de belastingschuld per 1 januari 2022 en met een verruiming van aflossing naar vijf jaar.

ONL-voorman Hans Biesheuvel heeft 30 maart jl. een open brief gestuurd naar Mark Rutte waarin hij oproept om zo snel mogelijk met een nationaal herstelplan te komen. Onderdeel van dit herstelplan is het voorstel om uitstel van belasting om te zetten naar een renteloze lening met een looptijd van 10 jaar. Waarbij de eerste twee jaar aflossingsvrij zijn. Kwijtschelding mag op termijn ook niet worden uitgesloten.

De voorgestelde oplossingsrichtingen hebben tot doel om bedrijven van liquiditeitsruimte te voorzien, het schuldniveau van bedrijven te verlagen en onnodige faillissementen te voorkomen, om uiteindelijk de economische schade te beperken. Echter, er zijn meerdere uitdagingen voor de Belastingdienst om tot een uitvoerbare en praktische regeling te komen.

Ten eerste de selectiecriteria. Hoe help je de bedrijven die het echt nodig hebben, en niet de bedrijven die (uit voorzorg) uitstel van belasting hebben aangevraagd maar voldoende geld op de rekening hebben? Hoe bepaal je of een bedrijf in de kern gezond is, en daarmee toekomst heeft na corona? Wordt er gekeken naar sector en bedrijfsomvang?

Ten tweede de regeling zelf. Wordt het een uniforme regeling of ook maatwerk? En wat houdt deze regeling vervolgens in? Het kwijtschelden van een percentage van de belastingschuld, een langere en latere terugbetaaltermijn, extra uitstel, het omzetten van de belastingschuld in een langjarige lening?

Tenslotte zijn er praktische en maatschappelijke uitdagingen met de uitvoering van een dergelijke regeling. Hoe gaat de Belastingdienst het proces inrichten, wie gaat de regeling beoordelen, uitvoeren en controleren? Het is tevens van belang dat de regeling voor alle betrokkenen begrijpelijk én verdedigbaar (i.e. zo eerlijk mogelijk) is, om voldoende draagvlak te creëren.

Een eerste stap kan zijn om de periode van bijzonder uitstel te verlengen van 30 juni 2021 naar 30 september 2021. In lijn met deze verschuiving start de betaaltermijn voor het terugbetalen van de belastingschuld niet op 1 oktober 2021 maar op 1 januari 2022. 

Als overgangsregeling voor de periode 1 oktober 2021 t/m 31 december 2021 kan gedacht worden aan het deels betalen (bijvoorbeeld 50%) van verschuldigde belastingen. Het niet betaalde deel wordt bij de achterstallige schuld opgeteld.

Een mogelijke regeling vanaf 1 januari 2022 kan inhouden dat alle lopende belastingverplichtingen onder aftrek van een kortingspercentage van X vanaf 1 januari 2022 voldaan moeten worden, plus de aflossingstermijnen van de achterstallige belastingen.

De betaaltermijn van de opgebouwde belastingschuld t/m 31 december 2021 start per 1 januari 2022 en blijft op maximaal 36 maanden. Er moet immers ook binnen redelijke termijn perspectief zijn.

 

5 tot 10 jaar lang werken om de belastingschuld terug te betalen is voor veel ondernemers geen wenselijk, dan wel realistisch scenario. De duur van de korting op de lopende verplichtingen is dan ook vastgesteld op 36 maanden (anders is er geen incentive om de schuld sneller af te lossen dan de gestelde 36 termijnen).

Het bovengenoemde kortingspercentage op de lopende belastingverplichtingen in de komende drie jaar vanaf januari 2022, zou dan kunnen gelden voor alle bedrijven die in aanmerking komen voor de regeling (i.e. voldoen aan vooraf opgestelde criteria). Ongeacht of gebruik is gemaakt van bijzonder belastinguitstel of niet. Hierdoor wordt een eerlijker speelveld gecreëerd. Het saneren van belastingschulden, zonder daarbij rekening te houden met door corona getroffen bedrijven die geen/beperkt gebruik hebben gemaakt van bijzonder belastinguitstel, wordt als zeer oneerlijk ervaren en is moeilijk verdedigbaar. Het kortingspercentage kan bijvoorbeeld vastgesteld worden op het gemiddelde (te verwachten) omzetverlies over 2020 en/of 2021 ten opzichte van 2019.

Aanvullend kan bij de voorgestelde regeling overwogen worden om onderscheid te maken tussen eenmanszaken & microbedrijven (minder dan 10 werkbare personen en jaaromzet hoogstens €2 mln. en/of jaarbalans kleiner of gelijk aan €2 mln.) en het klein- & middelgrootbedrijf (10 - 249 werkbare personen en jaaromzet €2 mln. - €50 mln. en/of jaarbalans €2mln. - €43 mln.).

Dit onderscheid is relevant aangezien de aansprakelijkheid (privé versus zakelijk) veel impact kan hebben op de financiële situatie van de ondernemer, en dat een relatief klein deel (ca. 29%) van het totale belastinguitstel voor een groot deel (ca. 90%) bij de eenmanszaken en microbedrijven ligt, in relatie tot het aantal bedrijven met openstaand uitstel (zie ook bovenstaande tabel: Belastinguitstel).

Een meer uniforme en coulante regeling zou voor deze eenmanszaken en microbedrijven passender zijn, helemaal voor bedrijven in zwaar getroffen sectoren of voor 'schrijnende' gevallen. Te denken valt aan ondernemers die privé (veel) geld geleend hebben van vrienden en familie, extra hypotheek hebben opgenomen of hun huis hebben verkocht, al langdurig/sinds corona onder de armoedegrens leven qua inkomen dat zij zichzelf (kunnen) uitkeren, etc. Voor het grootbedrijf is maatwerk passender gezien het geringe aantal bedrijven met belastinguitstel en gemiddeld hoge belastingschuld.

Het is duidelijk dat de alsmaar oplopende belastingschuld een steeds groter probleem vormt voor veel bedrijven en daarmee voor de economie. Er is geen eenduidige oplossing waarbij alle partijen en bedrijven geholpen worden, maar het is evident dat de overheid actie moet ondernemen om de belastingschuldproblematiek aan te pakken.

nieuwsbrief