Zijn de CPB ramingen nu eindelijk betrouwbaar?

Christiaan Crouwers

 

Gisteren presenteerde het CPB haar korte termijnramingen. Onder meer valt het volgende te lezen:

De economie groeit dit jaar met 1,8% en volgend jaar met 2,0%. Indien een groot aantal ontwikkelde landen en China hun binnenlandse bestedingen uitstellen, is de groei 0,2% respectievelijk 0,5% lager. De kans dat de economische groei in 2016 meer dan 1,5% negatief afwijkt van de raming bedraagt 5%. In 2017 bedraagt die kans 15%.

What’s new, denkt u misschien. Het CPB publiceert vier keer per jaar deze ramingen en ze komen toch nooit uit! In de kern is dat waar, maar er is tóch wat veranderd bij het CPB.

Medio 2013 onderzochten wij de afwijkingen tussen de ramingen en de daadwerkelijk gerealiseerde cijfers. Van de 21 onderzochte ramingen bleken er twintig te optimistisch. Er was dus sprake van een sterke bias. Bovendien waren de afwijkingen zeer groot. De maximale afwijking tussen raming en realisatie bedroeg bijna 3%.

Uit een analyse van de meest recente acht ramingen bleken er vier te optimistisch en vier te pessimistisch. De bias was er nu dus niet. Daarnaast was de maximale afwijking tussen raming en realisatie 0,5% - 1%. Je zou dus kunnen zeggen dat de ramingen betrouwbaarder zijn gebleken.

De toename van betrouwbaarheid is echter niet de belangrijkste wijziging. Dit kan namelijk ook andere oorzaken hebben. Een stabielere economie, bijvoorbeeld. Nee, de belangrijkste wijzigingen zijn dat het CPB nu de onzekerheid over de begroting kwantificeert én een alternatief scenario presenteert.

Wat is de toegevoegde waarde nog van deze ramingen, als het CPB zelf zegt dat ze zo onzeker zijn? Deze vraag stelde BNR mij gisteren.

Ons inziens is de toegevoegde waarde juist toegenomen. Door de inkadering van de ramingen kunnen deze minder makkelijk door besluitvormers misbruikt worden om bepaalde maatregelen door te drukken. Immers, de toekomst is (in meer of mindere mate) onzeker.

Daarnaast is het bij besluitvormers nu meer dan eerst duidelijk wat de effecten kunnen zijn van tegenvallers. Daardoor kunnen ze beter op wijzigingen anticiperen. Met het formuleren van maatregelen kunnen ze rekening houden met de alternatieve scenario’s (lees: potentiële tegenvallers).

Nóg een stap verder is het voorbereiden van maatregelen, die snel doorgevoerd kunnen worden als het tegen blijkt te zitten. Zo verlies je geen tijd met het formuleren van maatregelen als je ze eigenlijk al direct door zou willen voeren.

Goede managementinformatie is niet alleen voor bestuurders van bedrijven key om tijdig (bij) te kunnen sturen. Uiteraard geldt dit ook voor andere besluitvormers. De nieuwe ramingen van het CPB bevatten meer stuurinformatie dan voorheen. Uiteraard zijn er verbeteringen mogelijk, maar het juiste pad is ingezet. Het is nu aan de besluitvormers om wat met deze informatie te doen.

nieuwsbrief