De tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)

De tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)

Samengevat
Op 17 maart 2020 heeft het kabinet besloten om vanwege het coronavirus uitzonderlijke economische maatregelen te nemen, om banen en inkomens te beschermen en de gevolgen voor zzp'ers, mkb-ondernemers en grootbedrijven op te vangen. Een van deze maatregelen is de 'tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)'. Deze noodmaatregel, die de werktijdverkorting (WTV) vervangt, is bedoeld om werkgevers te ondersteunen bij het uitbetalen van loon, om ontslagen te voorkomen. Op 31 maart 2020 maakte het kabinet de voorwaarden voor de eerste NOW ('NOW 1') bekend.

Op 28 mei werd besloten dat de noodmaatregel zou worden aangepast en verlengd in de vorm van 'NOW 2' voor de periode juni-september 2020.

Op 28 augustus werd opnieuw een verlenging bekendgemaakt voor de periode 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021. Ook voor deze 'NOW 3' gelden wijzigingen ten opzichte van de voorgaande noodmaatregelen. Het doel van de regeling blijft het ondersteunen van werk en inkomen, maar het wordt ook belangrijk dat bedrijven en werknemers zich aanpassen aan de huidige economische situatie. Met de stapsgewijze afbouw van de tegemoetkoming aan bedrijven voor loondoorbetaling,  komt er ruimte voor werkgevers om de loonsom te laten dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie.


Het kabinet verzoekt eenieder om verantwoordelijk met deze regeling om te gaan, en er alleen gebruik van te maken als het echt nodig is. Om de economie zoveel mogelijk draaiende te houden, vraagt het kabinet zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden – ook mensen met een flexibel contract.

 

NOW Algemeen

NOW vervangt werktijdverkorting (WTV), wat gebeurt er met bestaande aanvragen?

Op de WTV-maatregel kon een beroep worden gedaan bij een fors werkurenverlies door een calamiteit buiten het normale bedrijfsrisico, zoals het coronavirus. Door het hoge aantal aanvragen, als gevolg van de coronacrisis, was WTV niet meer uitvoerbaar en werd vanaf maart 2020 vervangen door een nieuwe 'Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW)'. 

Als u al een WTV-aanvraag heeft gedaan dan wordt dit conform de NOW afgehandeld. Er is geen actie vanuit uw onderneming nodig.

 

Voor welke periode kan ik ondersteuning krijgen?
De NOW 1 regeling kon tot 5 juni met terugwerkende kracht worden aangevraagd voor de periode 1 maart 2020 – 31 mei 2020. Van 6 juli tot en met 31 augustus kon NOW 2 worden aangevraagd voor de periode 1 juni 2020 – 30 september 2020. NOW 3 is opgedeeld in drie tijdvakken van ieder drie maanden: 1 oktober - 31 december 2020; 1 januari - 31 maart 2021; en 1 april - 31 juni 2021.

 

Door wie wordt de NOW uitgevoerd?
De uitvoering van de NOW ligt bij het UWV (zoals ook het geval was bij de WTV). Het UWV zal op basis van de aanvraag een voorschot van 80% van het bedrag verstrekken. Achteraf kan sprake zijn van een nabetaling of navordering afhankelijk van het werkelijke omzetverlies en de ontwikkeling van de loonsom.

 

Hoe en wanneer kan ik een NOW-aanvraag indienen?
Het UWV is per 6 april 2020 gestart met het uitvoeren van de NOW 1 regeling, de aanvraagperiode liep t/m 31 mei 2020 maar werd door op 28 mei aangepaste voorwaarden verlengd tot 5 juni. NOW 2 kon van 6 juli t/m 31 augustus worden aangevraagd. NOW 3 is opgedeeld in drie tijdvakken van ieder drie maanden. Voor ieder tijdvak kan afzonderlijk steun worden aangevraagd. Daarbij maakt het niet uit of men reeds eerder van de NOW gebruik heeft gemaakt. Voor het eerste tijdvak (1 oktober t/m 31 december 2020) kan tussen 16 november en 13 december 2020 met terugwerkende kracht een aanvraag worden ingediend. Voor het tweede en derde tijdvak zijn de respectievelijk beoogde aanvraagperiodes 15 februari tot en met 14 maart en 17 mei tot en met 13 juni 2021.

 

NOW in een notendop

Wanneer heeft u recht op NOW?
Vanaf NOW 3 geldt bij een (verwacht) omzetverlies van minimaal 20%  gedurende de periode 1 oktober - 31 december 2020; minimaal 30% in de periode 1 januari - 31 maart 2021 en/of 1 april - 31 juni 2021 dat bij het UWV een tegemoetkoming in de loonkosten voor de betreffende periode(n) kan worden aangevraagd. De ondersteuning betreft een subsidie voor de loonkosten van de werknemers die in dienst zijn bij een werkgever en die verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De werknemers blijven 100% van het loon ontvangen.

De voorwaarden tussen NOW 1, NOW 2 en NOW 3 verschillen verder op een aantal punten:

NOW 1
Men heeft recht op NOW 1 bij een (verwacht) omzetverlies van minimaal 20% gedurende drie maanden. De startdatum van de periode van drie maanden waarin het omzetverlies plaatsvindt (of naar verwachting zal plaatsvinden) betreft de eerste dag van de maand maart, april of mei 2020.

Werkgever mag geen ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aanvragen voor werknemers tussen 18 maart en 31 mei 2020.

Loon boven € 9.538 per maand/per persoon komt niet in aanmerking voor subsidie.

 

NOW 2
Men heeft recht op NOW 2 bij een (verwacht) omzetverlies van minimaal 20% gedurende vier maanden. De startdatum van de periode van vier maanden waarin het omzetverlies plaatsvindt (of naar verwachting zal plaatsvinden) betreft de eerste dag van de maand juni, juli, augustus of september 2020. Wanneer van de NOW 1 gebruik is gemaakt dient de periode voor NOW 2 daarop aan te sluiten.

Loon boven € 9.538 per maand/per persoon komt niet in aanmerking voor subsidie.

Ontslag aanvragen vanwege bedrijfseconomische redenen is tijdens de NOW 2 periode wel toegestaan. Bij ontslag van meer dan twintig personen gedurende de subsidieperiode, waarbij een WMCO-melding wordt gedaan, gelden aanvullende voorwaarden. Er moet een akkoord bereikt worden met de belanghebbende vakbonden of personeelsvertegenwoordiging, zoals de Ondernemingsraad, over de noodzaak van het ontslag. Wanneer geen akkoord bereikt wordt, dient een gezamenlijke aanvraag voor mediation te zijn ingediend bij de Stichting van de Arbeid. Niet eerder dan vier weken na de WMCO-melding mag de ontslagaanvraag bij het UWV worden ingediend. Wanneer niet aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan volgt een boete.

Om in aanmerking te komen voor de NOW 2 subsidie dient een bedrijf of groep geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen in te kopen over 2020. Dit moet bij aanvang worden verklaard. De voorwaarde wordt opgenomen om dergelijke handelingen niet te verrichten over 2020 tot en met de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021.

Bij bonussen zal dit beperkt worden tot de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie. Het strekt zich niet uit tot het overige personeel dat in het bedrijf werkzaam is en mogelijk variabel beloond wordt met bonussen. Dit betekent voor DGA's/bestuurders en andere directieleden dat zij mogelijk slechts hun basisvergoeding ontvangen of hun gebruikelijk-loonregeling, vanwege het verbod om bonussen uit te keren. Onder bonussen worden zowel winstdelingen als andere bonusbetalingen verstaan. Om ervoor te zorgen dat deze verplichting proportioneel en controleerbaar is, zal geregeld worden dat de verplichting alleen geldt voor bedrijven die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is.

Een aanvullende voorwaarde die voor de NOW 2 geldt, is een inspanningsverplichting voor werkgevers om hun werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen.

 

NOW 3
Men heeft recht op NOW 3 bij een (verwacht) omzetverlies in de periode oktober – december 2020, januari – maart 2021 en/of april – juni 2021. Vanaf het tweede tijdvak (vanaf 1 januari 2021) gaat het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de regeling omhoog van 20% naar 30%.

Ieder tijdvak wordt het maximale vergoedingspercentage verlaagd, van 80% (+10% voor scholing) van het loon in het eerste tijdvak, naar 70% (tijdvak 2) tot 60% (tijdvak 3). Daar staat tegenover dat men de loonsom ook geleidelijk mag laten dalen met 10% in tijdvak 1, 15% in tijdvak 2 en 20% in tijdvak 3, zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. Als de loonsom meer daalt dan het vrijgestelde percentage dan krijgt een ondernemer over dat deel geen subsidie. Bedrijfseconomische ontslagen worden daarin meegerekend.

Er wordt in het geval van bedrijfseconomisch ontslag geen korting meer toegepast onder NOW 3. Ook de voorwaarden rondom collectief ontslag uit NOW 2 gelden niet meer, de reguliere ontslagbescherming blijft in stand. De werkgever wordt wel verplicht zich in te spannen de werknemer bij dreigend ontslag te begeleiden naar nieuw werk en hiervoor contact op te nemen met het UWV. Het kabinet ondersteunt dit met een sociaal pakket ter waarde van 1,4 miljard euro. Indien de werkgever hier niet aan voldoet, dan wordt er een korting van 5% op de subsidie toegepast.

In de eerste twee tijdvakken bedraagt het maximaal te vergoeden loon per persoon 2x het dagloon
(€ 9.538 per maand). In het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) bedraagt het maximaal te vergoeden loon per werknemer 1x het dagloon.

 

Gevolgen ontslagaanvragen onder NOW 1, NOW 2 en NOW 3
Ontslag van werknemers is bij gebruik van NOW 1 niet toegestaan. Bij de vaststelling van de subsidie over de NOW 1 periode wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie toch ontslag is aangevraagd. Dit loon plus een verhoging van 50% (de 'boete') wordt in mindering gebracht op de subsidie; de subsidie wordt met 150% van het loon van de ontslagen werknemers verminderd.

Onder NOW 2 mag wel ontslag om bedrijfseconomische redenen worden aangevraagd. De extra vermindering van 50% wordt tijdens NOW 2 periode niet toegepast. De vermindering van 100% van het loon van de ontslagen werknemer wordt ook tijdens de NOW 2 periode wel in mindering gebracht.

Bij ontslag van meer dan 20 werknemers dient een akkoord (of aanvraag voor mediation) met de vakbonden of personeelsvertegenwoordiging gesloten te zijn. Is dit niet het geval, dan volgt een boete van 5% van het totale subsidiebedrag dat de onderneming van de overheid ontvangt.

Onder NOW 3 wordt de subsidie niet meer gekort in het geval van ontslag om bedrijfseconomische redenen. Als de loonsom meer daalt dan de vrijgestelde percentages dan krijgt een ondernemer over dat deel geen subsidie: bedrijfseconomische ontslagen worden daarin meegerekend. 

Geldt de NOW ook voor werknemers met een flexibel contract of 0-uren contract?
De NOW is ook van toepassing op werknemers met een flexibel contract en 0-uren contract, voor zover zij in dienst blijven c.q. door de werkgever doorbetaald worden.

 

Vallen payroll- en uitzendwerkgevers onder de NOW? En hoe zit het met fictieve dienstbetrekkingen en DGA's?
Voor payroll- en uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Werkenden met een zogenoemde fictieve dienstbetrekking vallen daarmee wel onder de reikwijdte van de regeling, dit geldt niet voor niet-verzekerde en vrijwillig verzekerde DGA's.

 

Wat houdt ondersteuning door NOW in?
Voor een periode van 3, 4 of 3 x 3 maanden (NOW 1: maart – mei 2020, NOW 2: juni – september 2020 en NOW 3: oktober 2020 - juni 2021) kan een tegemoetkoming in de loonkosten worden aangevraagd ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom. Onder NOW 3 gaat het in dit geval om  maximaal 80% van de loonsom + 10% van de loonsom als subsidie voor scholing. Daarnaast geldt voor het tweede en derde tijdvak een maximum van respectievelijk 70% en 60%. De hoogte van de tegemoetkoming loonkosten is afhankelijk van de (verwachte) omzetdaling.

Tegemoetkoming loonkosten bedraagt 0,9 x het % omzetverlies. Enkele voorbeelden: 

  • 90% indien 100% van de omzet wegvalt. 
  • 45% indien 50% van de omzet wegvalt. 
  • 22,5% indien 25% van de omzet wegvalt.

 

Berekening van de NOW-tegemoetkoming

Van welke loonsom wordt uitgegaan/is er een maximum loon?
De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom over januari 2020 (NOW 1) of maart 2020 (NOW 2) vermenigvuldigd met drie (NOW 1) of vier (NOW 2). Voor de loonsom wordt van het sociale verzekeringsloon uit tegenwoordige dienstbetrekkingen uitgegaan. Ook werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Er is gekozen voor een forfaitaire opslag voor werkgeverslasten e.d. van 30% (NOW 1) of 40% (NOW 2) voor alle gevallen.

Gegevens over de loonsom baseert UWV op de polis-administratie. Loon boven € 9.538 per maand per persoon komt niet in aanmerking voor subsidie. Voor de bepaling van de loonsom in de maand januari wordt een eventueel uitgekeerde 13e maand buiten beschouwing gelaten. In januari betaald loon dat afhankelijk is van bedrijfsresultaten of kwalitatieve of kwantitatieve prestaties van de werknemer wordt niet buiten beschouwing gelaten.

Op 28 mei 2020 is de volgende aanpassing doorgevoerd: indien de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan de loonsom van driemaal januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij vaststelling. De loonsommen van april en mei worden vervolgens gemaximeerd op de loonsom van maart. De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september, tot een uitbetaling leiden. De (berekening van de) bevoorschotting wijzigt niet. De nieuwe rekenmethode wordt automatisch toegepast op werkgevers met een hogere gemiddelde loonsom in maart tot en met mei dan in januari.

 

Hoe wordt de omzetdaling bepaald?
De omzetdaling van minimaal 20% moet zich voordoen over een driemaandperiode waarvan de startdatum valt op de eerste dag van de maanden maart, april of mei 2020 (NOW 1) of juni, juli of augustus 2020 (NOW 2). Indien gebruik is gemaakt van de NOW 1 dient de tweede driemaandperiode aan te sluiten op de eerste driemaandperiode. De omzet in deze meetperiode wordt vergeleken met de omzet van januari tot en met december 2019, gedeeld door vier. Als een werkgever op 1 januari 2019 nog niet bestond, geldt een afwijkende omzetbepaling. Ongeacht de gekozen periode van omzetdaling, blijft de periode waarover de loonkosten worden bepaald gelijk: maart – mei (NOW 1) en juni – augustus (NOW 2).

Het kan voorkomen dat de gebruikte tijdvakken voor 2019 niet representatief zijn, bijvoorbeeld door groei van de onderneming of seizoenpatronen. Gegeven de benodigde eenvoud van de regeling, die noodzakelijk is om op zeer korte termijn zeer veel aanvragen te kunnen behandelen, was hiervoor geen correctie mogelijk.

Op 28 mei 2020 is de volgende aanpassing doorgevoerd: Ondernemingen die in 2019 of januari 2020 een andere onderneming of een onderdeel van een onderneming hebben overgenomen en daardoor een niet-representatieve omzet hebben in de referteperiode, krijgen de mogelijkheid gebruik te maken van de alternatieve omzetberekeningsmethode die reeds geldt voor bedrijven die na 1 januari 2019 zijn gestart. Als referteperiode voor de omzet van deze bedrijven gelden dan de hele kalendermaanden gelegen tussen de dag van de overgang en 29 februari 2020, omgerekend naar een gemiddelde over drie maanden. De referteperiode moet minimaal één maand bedragen.

 

Waarvan of van wie wordt de omzetdaling bepaald?
Voor werkgevers die bestaan uit één rechtspersoon of natuurlijk persoon gaat het om de (verwachte) omzetdaling op het niveau van de natuurlijke persoon of rechtspersoon.

Voor rechtspersonen geldt de omzetdaling zowel op concern niveau als voor werkmaatschappijen die tot het concern behoren. Dit betekent dat werkmaatschappijen die door de coronacrisis meer dan 20% omzetverlies hebben, maar behoren tot een concern dat niet aan die voorwaarde voldoet, toch NOW mogen aanvragen. Hiervoor gelden wel aanvullende voorwaarden.

 

Welke stappen worden bij een NOW-aanvraag doorlopen? Welke gegevens zijn hierbij nodig?
Werkgevers dienen, naast het opgeven van gegevens als bedrijfsnaam en loonheffingennummer, de volgende stappen te doorlopen:

  • De werkgever vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei (NOW 1), juni, juli, augustus, september (NOW 2) in verband met een terugval in omzet van meer dan 20%.
  • Als de werkgever verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in de omzetcijfers zichtbaar wordt, kan de werkgever aangeven dat hij de meetperiode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten aanvangen. De loonsom blijft ook in deze gevallen de loonsom van maart, april, mei 2020 (NOW 1) of juni, juli, augustus, september 2020 (NOW 2).
  • De werkgever noteert de verwachte omzet in de drie maanden van de gekozen meetperiode en vergelijkt deze met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over drie maanden.
  • Op basis daarvan berekent de werkgever het omzetverlies in procenten. Dat percentage wordt op het aanvraagformulier ingevuld.
  • Voor bijzondere situaties (het bedrijf bestond niet gedurende geheel 2019 / het bedrijf maakt onderdeel uit van een groter geheel) bevat de nadere toelichting op het formulier aanwijzingen voor de juiste berekening van het omzetverlies.

 

Hoe vraag ik NOW aan met meerdere loonheffingsnummers?
Sommige werkgevers hebben meerdere loonheffingsnummers. Als deze werkgever voor het geheel subsidie wenst, moeten meerdere aanvragen worden ingediend en wel per loonheffingennummer. De verwachte omzetdaling voor de gehele onderneming moet worden opgegeven; dus bij elke aanvraag dezelfde omzetdaling en dezelfde meetperiode invullen.

 

Wanneer ontvang ik het voorschot van de NOW-subsidie?
Nadat positief op de aanvraag is beslist, zal UWV een voorschot verlenen van 80% van de subsidie, zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens over de verwachte omzetdaling.

Voor UWV geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. De betaling van het voorschot vindt plaats in drie termijnen. In de praktijk wordt ernaar gestreefd de betaling van de eerste termijn van het voorschot te laten plaatsvinden binnen 2-4 weken.

 

Hoe en wanneer wordt de definitieve hoogte van de subsidie vastgesteld?
Na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen, ongeacht de hoogte van het subsidiebedrag of de vaststelling.

De vaststellingsaanvraag voor NOW 1 kon vanaf 7 oktober 2020 worden ingediend bij het UWV.  De termijn voor het indienen van de vaststellingsaanvraag voor bedrijven die verplicht zijn een accountantsverklaring te overleggen wordt verlengd tot 38 weken na deze datum – voor de overige bedrijven blijft dit 24 weken.

De accountantsverklaring is verplicht gesteld voor bedrijven die een voorschot hebben ontvangen van € 100.000 of meer of bij een vaststelling van € 125.000 of meer. Informeer via de website van de Rijksoverheid naar welk accountantsonderzoek u uit moet laten voeren. Indien een accountant een afkeurende verklaring afgeeft, dan zal uw aanvraag op nihil worden gesteld en zal het voorschot volledig teruggevorderd worden.

Ondernemingen die een voorschot van minder dan € 100.000 hebben ontvangen zijn zelf verantwoordelijk om in te schatten of de subsidie op € 125.000 of meer wordt vastgesteld, waardoor ook zij een accountantsverklaring nodig hebben. De overheid stelt een online tool beschikbaar waarmee een redelijke inschatting gemaakt kan worden of een accountantsverklaring al dan niet benodigd is.

Als u een voorschot boven de € 20.000 of een vaststelling boven de € 25.000 heeft, dan moet u een verklaring van een derde overleggen die het omzetverlies bevestigt. Deze derde kan naast een accountant ook een administratiekantoor, belastingadviseur of brancheorganisatie zijn. U heeft geen verklaring nodig als uw voorschot onder de € 20.000 ligt en als uw vaststellingsbedrag ook onder de € 25.000 ligt.

Binnen 52 weken na ontvangst van deze aanvraag zal UWV de definitieve subsidie vaststellen. Als blijkt dat u onterecht NOW heeft ontvangen, dan zult u het voorschot terug moeten betalen. U kunt dan een nihil-stelling aanvragen. Hierbij hoeft u geen accountantsverklaring te overleggen. Het is ook mogelijk om de aanvraag in te trekken en het voorschot direct terug te betalen. Als u te veel NOW heeft ontvangen, dan zal u alleen terug hoeven te betalen als het te veel ontvangen bedrag hoger is dan € 500.

 

Overige aandachtspunten
Vereist is dat de werkgever een zodanig controleerbare administratie beheert, dat achteraf gecontroleerd kan worden of een subsidie terecht is verstrekt. De werkgever verleent desgevraagd, tot vijf jaar na vaststelling van de subsidie, inzage in deze administratie. Ook heeft de werkgever de verplichting onverwijld melding te doen als duidelijk is dat hij niet langer aan de vereisten voor subsidieverlening voldoet.

Tegemoetkomingen in de vaste lasten kunnen de NOW beïnvloeden. Kleine en middelgrote ondernemingen in bijvoorbeeld de horeca, die behalve loonsteun ook een tegemoetkoming krijgen in hun vaste lasten (bijv. TOGS, TVL), moeten die laatste subsidie als omzet tellen.

 

Corona Business Update en Business Scan
Bovenstaande informatie is afkomstig uit de Corona Business Update van Kruger. De Corona Business Update geeft een overzicht van alle ondernemingsgerichte maatregelen. Daarnaast worden ook de belangrijkste acties om de schade bij uw onderneming te beperken benoemd.

Voor concrete ondersteuning is de Corona Business Scan ontwikkeld. Deze analyse en rapportage omvat zinvolle acties, inclusief de invloed op exploitatie, liquiditeit en financiering en houdt rekening met diverse scenario's. 

Voor de Corona Business Update en Corona Business Scan, zie /actueel/coronacrisis/

 

Bronnen en relevante websites

De regeling:

Overig:

nieuwsbrief